Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:OGEAA:2023:321

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba · 06-12-2023 · zaaknummer AUA202301286

BestuursrechtGepubliceerd 24-01-2024
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Het Gerecht komt tot het oordeel dat het beroep gegrond is. De minister heeft deze vergunning niet mogen verlenen. De minister heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er geen vrees bestaat voor hinder van ernstige aard, schade aan de gezondheid of gevaar als bedoeld in artikel 10 van de Hinderverordening. De door de minister gebruikte adviezen zijn onzorgvuldig voorbereid en onvoldoende gemotiveerd. Het land Aruba kent geen eigen emissiegrenswaarden voor afvalverbrandingsinstallaties. Aansluiten bij door andere landen gehanteerde emissiegrenswaarden is wellicht mogelijk, maar niet zonder toelichting waar die normen op zijn gebaseerd en waarom die normen ook relevant zijn voor de Arubaanse situatie. Het gebrek dat aan de besluitvorming omtrent de hindervergunning kleeft, is fundamenteel. Er ligt immers geen onderbouwde aanvraag waarin informatie zit over de bronnen, de samenstelling, de hoeveelheden en de concentraties van de emissies die bij de verbranding van slib, medisch afval en dierlijk karkas vrijkomen. Die duidelijkheid moet door de aanvrager worden verstrekt. Vervolgens moet de minister die emissies beoordelen en toetsen aan voor Aruba relevante emissiegrenswaarden. Het is aan de minister om gemotiveerd aan te geven welke waarden dat zouden moeten zijn. Ten slotte moet de minister beoordelen of hij de hindervergunning gaat verlenen en zo ja, onder welke voorwaarden. Daarbij kan de minister adviezen aan zijn besluitvorming ten grondslag leggen, maar die adviezen moeten dan wel zorgvuldig tot stand zijn gekomen en goed zijn gemotiveerd. Vanwege het fundamentele gebrek dat kleeft aan de besluitvorming, ziet het Gerecht ook aanleiding om te hindervergunning te herroepen. Onder verwijzing naar de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 9 juli 2021 (ECLI:NL:CRVB:2021:1500) en het Hof van 19 januari 2022 (ECLI:NL:OGHACMB:2022:2 volgt het Gerecht de minister niet in zijn verzoek om het bezwaar van eiseres alsnog niet-ontvankelijk te verklaren.

Rechters

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • DIENST OPENBARE WERKEN

    belanghebbende · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.