Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:OGEAA:2022:15

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba · 04-02-2022 · zaaknummer AUA202002936

Bestuursrecht; BelastingrechtGepubliceerd 09-02-2022
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Aan belanghebbende is op 31 mei 2019 een aanslag grondbelasting 2019 opgelegd met toepassing van het sinds 1 januari 2019 wettelijk geldende hogere tarief. In de Landsverordening grondbelasting is bepaald dat de aanslag geschiedt voor een tijdvak van vijf jaren, dat de aanslagen worden opgenomen in voor elk vijfjarig tijdvak op te maken leggers en dat met de vaststelling van de aanslagen wordt aangevangen in de maand oktober, aan elk vijfjarig tijdvak voorafgaande. Het vijfjarig tijdvak loopt van 2017 tot en met 2021. Belanghebbende stelt zich op grond van de wettelijke bepalingen op het standpunt dat de aanslag niet naar het met ingang van 2019 geldende hoger tarief kan worden opgelegd. Het Gerecht stelt de volgende prejudiciële vragen: 1. Is de aanslag grondbelasting 2019 met dagtekening 31 mei 2019 aan te merken als een tweede aanslag over het boekjaar 2019? 2. Kan bij positieve beantwoording ter zake van de per 1 januari 2019 ingevoerde wijziging van artikel 11 van de Landsverordening Grondbelasting een navorderingsaanslag worden opgelegd? Die vraag valt uiteen in twee deelvragen: a. Is de vóór 1 januari 2017 opgelegde aanslag naar een te laag bedrag vastgesteld? Bij positieve beantwoording van die vraag: b. Vormt de wijziging van artikel 11 van de Landsverordening Grondbelasting per 1 januari 2019 een nieuw feit in de zin van artikel 13, lid 1 van de Algemene Landsverordening Belastingen dat navordering rechtvaardigt? Bij negatieve beantwoording van de eerste vraag of bij positieve beantwoording van de tweede vraag: 3. Vormt de wijziging van artikel 11 van de Landsverordening Grondbelasting op stelselniveau een onaanvaardbare inbreuk op artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM en is ze in strijd met artikel 1.19 van de Staatsregeling?

Rechters

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • [belanghebbende]

    belanghebbende · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.