ECLI:NL:OGEAA:2022:146
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba · 01-06-2022 · zaaknummer AUA202100829
Inhoudsindicatie
De centraal in deze procedures te beantwoorden vraag is of BdC op grond van de tussen partijen toepasselijke algemene voorwaarden behorende bij de geldleningsovereenkomst al dan niet het totaalbedrag ad Afl. 4.657,47 in de periode tussen 29 maart 2000 en 31 juli 2000 (hierna: de periode) bij de aan [gedaagde] in verbruikleen verstrekte hoofdsom mocht optellen, waardoor vanaf die periode de facto sprake was van een door BdC aan [gedaagde] in verbruikleen verstrekte hoofdsom van Afl. 127.657,47 tegen een jaarlijkse rente van 10,5% zoals door BdC gesteld en door [gedaagde] gemotiveerd bestreden.
Rechters
Advocaten
- A.A.D.A. Carlo
- M.L.J.J.P. Willems
Partijen
BANCO DI CARIBE N.V
gedaagde · bedrijf
IN RECONVENTIE]
eiseres · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
