ECLI:NL:OGEAA:2022:145
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba · 13-06-2022 · zaaknummer AUA202103588
Inhoudsindicatie
Belanghebbende leefde in 2013 duurzaam gescheiden van zijn echtgenote. In geschil is of de aanslag voor het jaar 2013 naar het juiste bedrag is opgelegd. Meer in het bijzonder is in geschil de hoogte van het in aftrek toe te laten bedrag aan alimentatie. Het door belanghebbende geclaimde bedrag aan aftrek van periodieke vestrekkingen (alimentatie) bestaat uit de maandelijkse bankbetalingen, de Nederlandse AOW-uitkering en de bank- en deviezenkosten. Belanghebbende heeft aannemelijk gemaakt dat de maandelijkse bankbetalingen in zijn geheel partneralimentatie betreffen. Het gehele bedrag kan door belanghebbende in aftrek worden gebracht. Volgens de Inspecteur heeft belanghebbende in de beroepsfase voldaan aan zijn bewijslast dat zijn Nederlandse AOW, als onderdeel van zijn alimentatieverplichting, aan zijn echtgenote werd overgemaakt. Op dit punt is er geen geschil meer tussen partijen. Kosten, zoals bank- en provisiekosten, die verband houden met verstrekkingen van levensonderhoud (alimentatie) liggen in de sfeer van de inkomensbesteding en zijn om deze reden niet (als bronkosten) aftrekbaar. Voorts zijn de kosten niet begrepen in die opsomming van artikel 16, lid 1, letter a LIB. De wettekst biedt derhalve ook geen grond voor aftrek als persoonlijke last van gemaakte kosten van bank- en provisiekosten door de alimentatieplichtige.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
