ECLI:NL:OGEAA:2021:199
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba · 13-04-2021 · zaaknummer AUA202001291
Inhoudsindicatie
Verblijfsvergunning in het kader van gezinshereniging - Het gerecht overweegt dat verweerder in casu het belang van de minderjarige in het kader van artikel 3 van het IVRK en artikel 8 van het EVRM bij zijn besluitvorming heeft betrokken. Het gerecht is voorts van oordeel dat de voor de door verweerder te verrichten belangenafweging van betekenis zijnde feiten en omstandigheden geen grond bieden voor het oordeel dat de handhaving van de afwijzingen van de aanvragen een schending inhoudt van artikel 8 van het EVRM. Daarbij neemt het gerecht in aanmerking dat appellante onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er objectieve belemmeringen bestaan voor het uitoefenen van het gezinsleven buiten Aruba, dan wel of de uitoefening van het gezinsleven in het land van hun herkomst leidt tot een 'certain degree of hardship.' Dat aan appellante een verblijfsvergunning is verleend, maakt niet dat daarmee een vrije domiciliekeuze is gegeven voor het verblijf van haar kind.
Rechters
Advocaten
- J. Paula
- Z.J.E. Paesch
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
