ECLI:NL:OGEAA:2021:111
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba · 05-03-2021 · zaaknummer AUA202002909
Inhoudsindicatie
Belanghebbende heeft in het jaar 2016 de pensioengerechtigde leeftijd bereikt waardoor haar dienstverband van rechtswege is beëindigd. In een kortgedingprocedure heeft de civiele rechter beslist dat de werkgever het loon van belanghebbende dient door te betalen. Het vonnis in kort geding is door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie vernietigd. Als gevolg hiervan moet belanghebbende de ten onrechte ontvangen bedragen terugbetalen. In 2016 heeft belanghebbende onterecht een bedrag van Afl. 44.311,97, ontvangen. Het Gerecht oordeelt dat deze bedragen (ingevolge artikel 10 LLB en artikel 16b Landsverordening inkomstenbelasting) in het jaar dat zij zijn ontvangen (2016) als loon uit dienstbetrekking moeten worden aangemerkt. Het Gerecht merkt op dat betalingen die ten onrechte zijn ontvangen niet tot de looninkomsten behoren wanneer de ontvanger binnen redelijke tijd heeft blijk gegeven het niet te willen behouden (vgl. HR, 21 december 1988, ECLI:NL:HR:1988: ZC3958 en HR, 24 juni 1992, ECLI:NL:HR:1992: ZC5026). In dit geval is daarvan geen sprake. Verder kan een beroep op de hardheidsclausule niet met vrucht aan de belastingrechter worden voorgelegd.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
