ECLI:NL:OGEAA:2020:28
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba · 27-01-2020 · zaaknummer AUA2019H00096
Inhoudsindicatie
Belanghebbende was in het jaar 1995 woonachtig in Aruba en had een auto in eigendom. Bij zijn vertrek uit Aruba heeft hij de auto in 1998 meegenomen naar Curaçao en daarna in 2001 naar Nederland. Vanaf november van het jaar 2012 staat de auto voor export geregistreerd en samen met andere persoonlijke goederen van belanghebbende is de auto opgeslagen geweest in een container. In het jaar 2016 is belanghebbende naar Aruba verhuisd en heeft onder andere de auto als verhuisboedel meegenomen. Bij aankomst heeft belanghebbende Afl. 1.798 betaald aan invoerrechten. Het Hof is van oordeel dat aan de zesmaandeneis ten grondslag ligt dat geen vrijstelling van invoerrechten wordt verleend voor (onder andere) een motorvoertuig dat met het oog op de overbrenging van het hoofdverblijf is aangeschaft, en dat het stellen van een termijn van zes maanden bewijsproblemen beoogt te voorkomen. In het onderhavige geval is van een dergelijk misbruik geen sprake, nu belanghebbende de auto al vele jaren in eigendom, bezit en gebruik heeft. Nu de auto tot de verhuisboedel behoort is deze op grond van artikel 128, lid 1, onder 8, onderdeel d, van de LIUD van invoerrechten vrijgesteld en heeft belanghebbende recht op teruggaaf van de betaalde invoerrechten van Afl. 1.798. Het door belanghebbende ingestelde hoger beroep is gegrond en de uitspraak van het Gerecht moet worden vernietigd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
