ECLI:NL:OGEAA:2017:917
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba · 19-10-2017 · zaaknummer 504 van 2017
Inhoudsindicatie
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het verbouwen en bezit van marihuana. De raadsvrouw heeft een beroep gedaan op overmacht in de zin van noodtoestand. Zij heeft daartoe aangevoerd dat de bij verdachte aangetroffen gekweekte cannabis medisch noodzakelijk was voor het maken cannabisolie die dan bestemd was voor de terminaal zieke vader van verdachte. Uit het onderzoek ter terechtzitting is voorts gebleken dat de verdachte van de door de wetgever gecreëerde mogelijkheid voor cannabisgebruik om gezondheidsredenen, op de hoogte was. Ter terechtzitting is echter niet vast komen te staan dat verdachte en diens vader van deze mogelijkheid, getracht hebben gebruik te maken. Verdachtes stelling dat hij cannibis voor zijn vader kweekte is ongeloofwaardig. Hiervoor zijn er te veel contraindicaties. Onder deze omstandigheden is niet aannemelijk geworden dat verdachte de marihuana heeft geteeld enkel om voor zijn zieke vader cannabisolie te produceren. Het verweer dat van een noodtoestand sprake was, wordt verworpen.
Rechters
Advocaten
- T. Akkerman
- Z.T.M. Arendsz-Marchena
Officier van justitie
- T. Akkerman
officier van justitie
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
