ECLI:NL:OGEAA:2016:369
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba · 04-05-2016 · zaaknummer A.R. no. 2779 van 2014
Inhoudsindicatie
civiel, handelszaak, geldvordering ter zake van achterstallige huur voor een winkelpand; in haar conclusie tot oproeping en van eis in vrijwaring verklaart of erkent gedaagde sub 2 dat zij en gedaagde sub 1 (die de vordering van eiseres niet heeft bestreden) zich hoofdelijk aansprakelijk hebben gesteld voor (betaling van) de schuld van gedaagde sub 3 (die de vordering van eiseres evenmin heeft bestreden) aan eiseres. Dat is naar het oordeel van het Gerecht een gerechtelijke erkentenis in de zin van het eerste lid van artikel 133 Rv, die ingevolge het tweede lid van dat artikel slechts kan worden herroepen indien aannemelijk is dat zij door een dwaling of niet in vrijheid is afgelegd. Gedaagde sub 3 heeft niet gesteld dat haar verklaring of erkentenis door een dwaling of niet in vrijheid is afgelegd. Bedoelde erkentenis oordeelt het Gerecht gaaf, en brengt met zich dat vast komt te staan dat gedaagde sub 2 (net als gedaagden sub 1 en 3) hoofdelijk aansprakelijk is voor betaling van voormelde schuld aan eiseres. De andersluidende latere stellingen van gedaagde sub 2 doen daaraan naar het oordeel van het Gerecht niets af.
Rechters
Advocaten
- E.E. Rosenstand
- G.L. Griffith
- M. Voorn
- P.R.C. Brown
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
