ECLI:NL:OGAACMB:2019:98
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba · 02-09-2019 · zaaknummer AUA201804134
Inhoudsindicatie
Het gerecht stelt vast dat verweerder op grond van artikel 19, eerste lid, van de Lma de bevoegdheid toekomt klaagsters periodieke verhoging met maximaal drie maanden te vertragen vanwege de aan haar opgelegde disciplinaire straf. Gedurende de relevante beoordelingsperiode is overwogen, in de zin van genoemd artikel, klaagster een disciplinaire straf op te leggen, waartoe ook is besloten bij landsbesluit van 27 oktober 2017. Dit besluit is in rechte is komen vast te staan. Het gerecht is niet gebleken van feiten of omstandigheden die leiden tot de conclusie dat verweerder in redelijkheid geen gebruik heeft mogen maken van deze bevoegdheid. Het bezwaar is ongegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
