ECLI:NL:HR:2026:888
Hoge Raad · 09-06-2026 · zaaknummer 25/02102
Inhoudsindicatie
Ontucht door 50/51-jarige man met 15-jarige vriendin, meermalen gepleegd (art. 245 (oud) Sr). Ontvankelijkheid cassatieberoep, art. 437.2 Sv. Kan klacht dat aangeefster onder invloed van stoornis een valse aangifte heeft afgelegd en dat verdachte ten onrechte is veroordeeld o.b.v. aangifte, worden aangemerkt als middel a.b.i. wet? Als cassatierechter onderzoekt HR alleen middelen a.b.i. wet. Als zodanig middel kan alleen gelden stellige en duidelijke klacht over schending van bepaalde rechtsregel en/of verzuim van toepasselijk vormvoorschrift door rechter die bestreden uitspraak heeft gewezen. Schriftuur voldoet niet aan dit vereiste, zodat zij onbesproken moet blijven. Geen middelen ingediend, verdachte n-o. CAG (strekking): art. 80a RO.
Advocaten
- H.C.L. Crozier
- H.P.H.M.C. van Kempen
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
