ECLI:NL:HR:2026:874
Hoge Raad · 16-06-2026 · zaaknummer 23/04817
Inhoudsindicatie
Vervoeren van ruim 10 kilo XTC-pillen in tas op achterbank van de door verdachte bestuurde auto, art. 2.B Opiumwet. Strafoplegging in strijd met art. 9.4 Sr, nu aan verdachte (naast geldboete van € 30.000, subsidiair 185 dagen hechtenis) een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk is opgelegd in combinatie met taakstraf van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis? HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Ex art. 9.4 Sr kan naast gevangenisstraf of hechtenis een taakstraf worden opgelegd maar enkel als onvoorwaardelijk deel van deze gevangenisstraf of hechtenis ten hoogste 6 maanden bedraagt. In onderhavige zaak bedraagt onvoorwaardelijk deel van gevangenisstraf 8 maanden, waardoor strafoplegging in strijd is met art. 9.4 Sr. Volgt (partiële) vernietiging en terugwijzing t.a.v. strafoplegging.
Advocaten
- M.E. van Wees
- M.J. van Berlo
- R.J. Baumgardt
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
