ECLI:NL:HR:2026:819
Hoge Raad · 02-06-2026 · zaaknummer 24/03035
Inhoudsindicatie
Bedreiging (art. 285.1 Sr) en mishandeling (art. 300.1 jo. 304.1.1 Sr) van zijn levensgezel. Vordering benadeelde partij t.z.v. immateriële schade (art. 6:106 BW) en oplegging schadevergoedingsmaatregel. Heeft hof aangegeven op welke in art. 6:106 BW vermelde grond de toewijzing van vordering b.p. is gebaseerd? In het door hof bevestigde vonnis heeft Pr de vordering tot vergoeding van immateriële schade van b.p. als gevolg van bewezenverklaarde feiten toegewezen tot € 500, vermeerderd met wettelijke rente. Dat oordeel is ontoereikend gemotiveerd. Daarbij is van belang dat uit overwegingen van Pr niet kan worden afgeleid op welke in art. 6:106 BW vermelde grond en op welke door Pr vastgestelde omstandigheden de Pr de toewijzing van vordering b.p. heeft gebaseerd. Dat brengt mee dat ook oplegging van de in art. 36f Sr voorziene maatregel niet in stand kan blijven (vgl. HR:2019:901). Volgt (partiële) vernietiging en terugwijzing t.a.v. vordering b.p. t.z.v. immateriële schade en oplegging van schadevergoedingsmaatregel. CAG: anders.
Advocaten
- D.J.M.W. Paridaens
- P. van Dongen
- S.B.J. Hiemstra
Partijen
[benadeelde]
benadeelde · onbekend
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
