ECLI:NL:HR:2026:770
Hoge Raad · 19-05-2026 · zaaknummer 24/01371
Inhoudsindicatie
Medeplegen invoer van cocaïne op Schiphol (art. 2.A Opiumwet), waarna drugskoeriers meewerken aan “2-gramsprocedure” om hun afhaler (verdachte) te onderkennen. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklacht medeplegen. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2016:1316 m.b.t. medeplegen en i.h.b. afbakening tussen medeplegen en medeplichtigheid en uit HR:2019:97 m.b.t. rol die proceshouding van verdachte kan spelen. Hof heeft aan bewezenverklaring van medeplegen van opzettelijke invoer van cocaïne ten grondslag gelegd dat verdachte als afhaler de koeriers (die cocaïne invoerden) aansprak op afgesproken plek in stationsgebied van Schiphol en dat hij voor, tijdens en na deze ontmoeting met koeriers veelvuldig telefonisch contact had met anderen die op hun beurt praktische zaken rondom invoer regelden en met koeriers in contact stonden. Hof heeft vastgesteld dat die contacten tot doel hadden om overdracht van de door koeriers ingevoerde cocaïne aan organisatoren van drugstransport te verzekeren. Hof heeft op die gronden en mede in aanmerking genomen omstandigheid dat aannemelijke, andersluidende verklaring van verdachte voor de door hof vastgestelde belastende f&o is uitgebleven, geoordeeld dat sprake is van een voor medeplegen vereiste bewuste en nauwe samenwerking van verdachte met zijn mededaders. Dat oordeel is toereikend gemotiveerd. Volgt verwerping.
Advocaten
- D.W.H.M. Wolters
- H.P.H.M.C. van Kempen
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
