ECLI:NL:HR:2026:77
Hoge Raad · 20-01-2026 · zaaknummer 23/04870
Inhoudsindicatie
Grootschalige beleggingsfraude. Medeplegen oplichting van investeerders, meermalen gepleegd (art. 326.1 Sr) en (medeplegen) witwassen van opbrengsten hiervan (art. 420bis.1.b Sr). Vorderingen benadeelde partijen en oplegging schadevergoedingsmaatregel. 1. Alternatieve vergoedingsplicht. Heeft hof verzuimd in uitspraak op te nemen dat sprake is van alternatieve betalingsverplichting m.b.t. vorderingen b.p. ‘s en schadevergoedingsmaatregel? 2. Hoofdelijkheid bij schadevergoedingsmaatregel, art. 36f Sr. Heeft hof bij oplegging van schadevergoedingsmaatregel verzuimd in dictum te vermelden dat sprake is van hoofdelijkheid? Ad 1. Hof heeft verdachte o.m. veroordeeld tot betaling van in totaal € 3.148.734,60 aan b.p. ‘s en schadevergoedingsmaatregel opgelegd van in totaal € 3.148.734,60 ten behoeve van deze b.p. ‘s. Hof heeft in zijn uitspraak ten onrechte niet vermeld dat toewijzing van vorderingen b.p. ‘s en oplegging van schadevergoedingsmaatregel steeds een alternatieve vergoedingsplicht meebrengt, in die zin dat verdachte is gekweten van zijn plicht tot schadeloosstelling van b.p. als en v.zv. hij heeft voldaan aan zijn verplichting tot vergoeding van schade die door die b.p. is geleden. Op die manier wordt voorkomen dat veroordeelde o.g.v. 1 rechterlijke uitspraak gedwongen wordt om dezelfde schade tweemaal te vergoeden. HR zal doen wat hof had moeten doen. Ad 2. Gelet op ’s hofs overwegingen en beslissing over vorderingen b.p.’s heeft hof onmiskenbaar bedoeld ook schadevergoedingsmaatregel hoofdelijk op te leggen. Verzuim om dit in dictum tot uitdrukking te brengen berust daarom op kennelijke misslag. Tot cassatie hoeft deze misslag echter niet te leiden, omdat HR ’s hofs uitspraak zo verstaat dat ook aan verdachte opgelegde schadevergoedingsmaatregel hoofdelijk is opgelegd. HR merkt op dat kennelijke misslagen als deze zich bij uitstek lenen voor herstel door hof zelf. Het gaat immers om onmiddellijk kenbare fouten die zich voor eenvoudig herstel lenen door rechters die op zaak hebben gezeten overeenkomstig HR:2010:BJ7243 en HR:2012:BW1478. Deze wijze van herstel verdient voorkeur, omdat daardoor op korte termijn en op eenvoudige wijze ondubbelzinnig duidelijkheid komt te bestaan over de voor tenuitvoerlegging vatbare beslissing. Wanneer in zo’n geval zekerheidshalve (naast het doen van verzoek om herstelarrest) ook cassatieberoep is ingesteld, kan dat beroep of betreffend middel worden ingetrokken zodra herstelarrest is gewezen (vgl. HR:2024:859). Volgt (partiële) vernietiging v.zv. uitspraak niet alternatieve vergoedingsplicht bevat en HR verstaat dat hof aan verdachte opgelegde schadevergoedingsmaatregel hoofdelijk heeft opgelegd. Samenhang met 23/04826, 23/04893, 23/04938 en 23/04940.
Advocaten
- C.W. Noorduyn
- D.J.M.W. Paridaens
- J. Kuijper
Partijen
[benadeelde]
benadeelde · onbekend
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
