ECLI:NL:HR:2026:76
Hoge Raad · 20-01-2026 · zaaknummer 23/04826
Inhoudsindicatie
Witwassen van geldbedragen, art. 420bis.1.b Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklacht wetenschap van criminele herkomst. Blijkt uit bewijsvoering dat verdachte wist dat salaris dat hij ontving in periode van december 2016 tot en met maart 2017 van misdrijf afkomstig was? HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Hof heeft kunnen oordelen dat verdachte wist of op zijn minst willens en wetens aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat geld dat hij in periode december 2016 tot en met maart 2017 als salaris ontving, afkomstig was uit beleggingsfraude. Uit bewijsvoering blijkt dat verdachte meer dan enkel onvoorzichtig is geweest. Zijn handelingen indiceren dat hij, zolang hij zijn salaris ontving, gevolgen (het onder zich nemen van gelden afkomstig uit misdrijf) bewust op de koop toenam. Volgt verwerping. Samenhang met 23/04870, 23/04893, 23/04938 en 23/04940.
Advocaten
- D.J.M.W. Paridaens
- H. Brentjes
- N. van Schaik
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
