ECLI:NL:HR:2026:756
Hoge Raad · 19-05-2026 · zaaknummer 23/04809
Inhoudsindicatie
Voorhanden hebben van wapen (art. 26.1 WWM) en diefstal (art. 310 Sr). Dubbel verstek. Hof (enkelvoudige kamer) heeft verdachte n-o verklaard in zijn hoger beroep, omdat het te laat is ingesteld, art. 408.1.a Sv. 1. Betekening dagvaarding in hoger beroep, art. 36e.1.b jo. 36e.2.b Sv. Blijkt uit reclasseringsrapport dat verdachte t.t.v. betekening van dagvaarding uit anderen hoofde was gedetineerd? 2. Kan klacht dat in vonnis Pr opgelegde gevangenisstraf in strijd met art. 6:1:16 Sv en art. 6 EVRM reeds ten uitvoer is gelegd, worden aangemerkt als middel a.b.i. wet? Ad 1. HR: art. 81.1 RO. Ad 2. Als cassatierechter onderzoekt HR alleen middelen a.b.i. wet. Als zodanig middel kan alleen gelden stellige en duidelijke klacht over schending van bepaalde rechtsregel en/of verzuim van toepasselijk vormvoorschrift door rechter die bestreden uitspraak heeft gewezen. In middel aangeduide klacht voldoet niet aan dit vereiste, zodat zij onbesproken moet blijven.
Advocaten
- A.A. Dooijeweerd
- H.P.H.M.C. van Kempen
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
