Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:HR:2026:753

Hoge Raad · 12-05-2026 · zaaknummer 25/04105

StrafrechtGepubliceerd 08-05-2026
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Vervolgingsuitlevering opgeëiste persoon (Oekraïense nationaliteit) naar Oekraïne t.z.v. verdenking van deelneming aan criminele organisatie en medeplegen diefstal met geweld en braak. OM-cassatie tegen ontoelaatbaarverklaring uitlevering. Bevoegdheidsverdeling tussen uitleveringsrechter en minister. Is uitleveringsrechter bevoegd te oordelen over beroep van opgeëiste persoon op dreigende inbreuk op fundamentele rechten a.b.i. art. 2 en 3 EVRM? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2017:463 over bevoegdheidstoedeling aan rechter en minister t.a.v. beroep van opgeëiste persoon op inbreuk op fundamentele rechten a.b.i. art. 3 en 6 EVRM. Rb heeft geoordeeld dat sprake is van dreigende flagrante schending van recht op leven en recht op vrijwaring van onmenselijke of vernederende behandeling a.b.i. art. 2 en 3 EVRM en heeft uitlevering ontoelaatbaar verklaard. Hiermee heeft Rb miskend dat (anders dan geval kan zijn bij dreigende flagrante inbreuk op recht dat opgeëiste persoon toekomt o.g.v. art. 6.1 EVRM en/of art. 14.1 IVBPR) oordeel over vraag of verzochte uitlevering moet worden geweigerd wegens gegrond vermoeden dat bij inwilliging van verzoek de opgeëiste persoon zal worden blootgesteld aan dreigende inbreuk op zijn fundamentele rechten a.b.i. art. 2 en 3 EVRM, is voorbehouden aan minister. Rb had daarom verweer van raadsvrouw dat uitlevering ontoelaatbaar moet worden verklaard vanwege die dreigende inbreuk op fundamentele rechten a.b.i. art. 2 en 3 EVRM, alleen maar kunnen verwerpen. Nu wat Rb verder heeft geoordeeld over toelaatbaarheid van verzochte uitlevering niet in cassatie is bestreden en ook overigens niet is gebleken van bestaan van feiten of omstandigheden die aan die toelaatbaarheid in de weg zouden staan, kan HR zaak zelf afdoen. HR zal uitlevering toelaatbaar verklaren. In zijn advies aan minister zal HR betrekken wat namens opgeëiste persoon is aangevoerd over dreigende schending van art. 2 en/of 3 EVRM door zijn uitlevering. In zijn advies aan minister geeft HR de minister in overweging na te gaan of, in geval verzoek tot uitlevering wordt ingewilligd dan wel opgeëiste persoon ter beschikking van autoriteiten van verzoekende Staat wordt gesteld, naleving van art. 2 en 3 EVRM voldoende is verzekerd. Als die garantie niet genoegzaam kan worden gegeven, adviseert HR de minister, gelet op de voor Nederland uit art. 1 EVRM voortvloeiende verplichtingen, verzochte uitlevering niet toe te staan. HR doet wat Rb had moeten doen en verklaart uitlevering toelaatbaar. CAG (strekking): partiële vernietiging t.a.v. beslissing op verweer m.b.t. dreigende schending van art. 2 en 3 EVRM en ontoelaatbaarverklaring van uitlevering, verwerping van verweer, en toelaatbaarverklaring van uitlevering en uitbrenging van advies aan minister.

Advocaten

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.