ECLI:NL:HR:2026:708
Hoge Raad · 21-04-2026 · zaaknummer 24/01948
Inhoudsindicatie
Rijden terwijl verdachte wist dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard, art. 9.2 WVW 1994. Dubbel verstek. Hof (rolzitting enkelvoudige kamer) heeft verdachte n-o verklaard in zijn hoger beroep, omdat het te laat is ingesteld, art. 408.1.a Sv. Ontvankelijkheid hoger beroep en betwisting dat dagvaarding in eerste aanleg in persoon aan verdachte is uitgereikt. Kon hof vaststellen dat dagvaarding in e.a. in persoon aan verdachte is uitgereikt, nu akte van uitreiking inhoudt dat dagvaarding aan huisgenoot van verdachte is uitgereikt? HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt klacht. CAG: Uit akte van uitreiking bij dagvaarding in e.a. blijkt dat dagvaarding niet is uitgereikt aan verdachte zelf maar aan huisgenoot van verdachte. Deze persoon heeft akte van uitreiking ook ondertekend. ‘s Hofs vaststelling dat dagvaarding in e.a. in persoon is betekend, is dus niet begrijpelijk. Op art. 408.1.a Sv gebaseerde niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in h.b. is daarom eveneens niet begrijpelijk. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Advocaten
- D.W.H.M. Wolters
- P.T.C. van Kampen
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
