ECLI:NL:HR:2026:633
Hoge Raad · 14-04-2026 · zaaknummer 24/02659
Inhoudsindicatie
Medeplegen invoer van 3.776 kilogram, 1.015 kilogram en 1.200 kilogram cocaïne (art. 2.A Opiumwet), medeplegen voorbereidingshandelingen m.b.t. invoer van harddrugs (art. 10a.1.2 Opiumwet), aanwezig hebben van harddrugs (art. 2.C Opiumwet) en medeplegen gewoontewitwassen van geldbedragen (art. 420ter.1 jo. 420bis.1.b Sr). 1. Bewijsklachten gewoontewitwassen t.a.v. herkomst van geldbedragen, wetenschap en gewoonte. 2. Verweer strekkende tot bewijsuitsluiting dan wel strafvermindering wegens ontbreken van machtiging van R-C o.g.v. art. 125la Sv voorafgaand aan rechtshulpverzoek, art. 359a Sv. Kon hof volstaan met enkele constatering van vormverzuim? 3. Redelijke termijn in feitelijke aanleg. Heeft hof tijdsverloop in eerste aanleg en in hoger beroep afzonderlijk beoordeeld? 4. Strafoplegging (gevangenisstraf van 14 jaren en 8 maanden) na inwerkingtreding nieuwe regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling. Kon hof oordelen dat wijziging van VI-regeling geen wijziging van straf a.b.i. art. 7 EVRM en art. 15 I
Advocaten
- M.J. van Berlo
- R.J. Baumgardt
- V.M.A. Sinnige
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
