Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:HR:2026:619

Hoge Raad · 14-04-2026 · zaaknummer 24/02922

StrafrechtGepubliceerd 10-04-2026
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Caribische zaak, strafrechtelijk onderzoek “Avestrus”. Actieve ambtelijke omkoping door gift te doen (geldbedrag) aan toenmalige minister teneinde erfpachtrechten op percelen te verkrijgen (art. 2:128.1.a SrA) in Aruba. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklachten. 1. Bewijsminimum, art. 385.2 SvA (unus testis). Vinden verklaringen van getuige voldoende steun in ander bewijsmateriaal? 2. Bevatten voor bewijs gebruikte p-v’s ontoelaatbare gissing en/of conclusie van verbalisant? 3. Heeft hof uit verklaringen van getuige kunnen afleiden dat overdracht van geldbedrag aan echtgenote van minister heeft plaatsgevonden op 21-1-2016? 4. Betrouwbaarheid verklaringen van getuige. 5. Kon hof oordelen dat verdachte het oogmerk tot omkoping heeft gehad? HR: Om redenen vermeld in CAG leiden middelen niet tot cassatie. CAG: Ad 1. ’s Hofs oordeel dat verklaringen van getuige voldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal, getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk, nu verklaringen hun bevestiging vinden in het voor bewijs gebruikte p-v van bevindingen onderzoek historische printgegevens en verklaring van echtgenote van minister en in bevindingen van landsrecherche. Van schending van art. 385.2 SvA is dan ook geen sprake. Ad 2. Hof mocht voor bewijs gebruik maken van vermoeden van verbalisant in p-v’s dat in woning van minister inbeslaggenomen telefoon in gebruik was bij diens vrouw, aangezien geen sprake is van ongeoorloofde gissing of conclusie. Desbetreffende passage in p-v’s kan aldus worden opgevat dat daarin gedachte is weergegeven die bij verbalisant opkwam naar aanleiding van de door hem gerelateerde waarnemingen. Bovendien gaat het om conclusie die hof tot de zijne heeft gemaakt. Ad 3. Hof heeft uit de voor bewijs gebruikte verklaringen van getuige en p-v van bevindingen kunnen afleiden dat overdracht van geldbedrag heeft plaatsgevonden op 21-1-2026. Dit feitelijke oordeel is niet onbegrijpelijk. Ad 4. ’s Hofs oordeel dat verklaringen van getuige betrouwbaar zijn omdat haar verklaringen consistent en gedetailleerd zijn en worden ondersteund door telefoongegevens, is in het licht van selectie- en waarderingsvrijheid van feitenrechter niet onbegrijpelijk. Hof heeft verweer toereikend gemotiveerd verworpen. Ad 5. Hof heeft geoordeeld dat (gelet op zijn vaststellingen in zijn nadere bewijsoverwegingen) wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte de getuige naar woning van minister heeft gestuurd, waar zij envelop met geld aan echtgenote van minister heeft gegeven, terwijl zij die envelop ook heeft aangenomen, en dat dit geldbedrag is gegeven in ruil voor uitgeven van optie-/erfpachtrecht aan vennootschap van verdachte. Dit oordeel is niet onbegrijpelijk, nu uit bewijsvoering kan worden afgeleid dat er sprake was van meer dan temporeel verband tussen verkoop van aandelen in vennootschap en betaling van geld aan minister. Gelet hierop kon hof oordelen dat verdachte het oogmerk tot omkoping heeft gehad, nu geldbedrag dat verdachte heeft laten bezorgen bij minister verband hield met afgifte van beschikking (met optierecht) en vervolgens met verkoop van aandelen. Volgt verwerping. Samenhang met 25/00078 C en 25/00080 C.

Advocaten

Partijen

  • [verdachte]

    verdachte · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.