Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:HR:2026:550

Hoge Raad · 07-04-2026 · zaaknummer 24/04461

StrafrechtGepubliceerd 27-03-2026
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Beklag, beslag ex art. 94 Sv op motorfiets onder klager i.h.k.v. strafrechtelijk onderzoek tegen onbekende bestuurder van motorfiets t.z.v. verdenking van verkeersovertreding. Kon Rb oordelen dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat motorfiets zal worden verbeurdverklaard o.g.v. art. 33a.2 Sr of art. 33a.1 Sr? Rb heeft vastgesteld dat onder klager o.g.v. art. 94 Sv beslag is gelegd op motorfiets. Bij beoordeling van klaagschrift van beslagene dat is gericht tegen beslag dat is gelegd o.g.v. art. 94 Sv, moet rechter a. beoordelen of belang van strafvordering het voortduren van beslag vordert en, zo nee, b. teruggave van inbeslaggenomen voorwerp gelasten aan beslagene, tenzij ander redelijkerwijs als rechthebbende t.a.v. dat voorwerp moet worden beschouwd. Belang van strafvordering vordert o.m. voortduren van beslag als niet hoogst onwaarschijnlijk is dat later oordelende strafrechter de verbeurdverklaring van voorwerp zal bevelen. Aan het hanteren van criterium of het hoogst onwaarschijnlijk is dat later oordelende strafrechter tot verbeurdverklaring overgaat, ligt ten grondslag dat onderzoek in raadkamer doorgaans plaatsvindt op moment dat onderzoek nog loopt, dus voordat strafzaak inhoudelijk wordt behandeld. Daarbij heeft onderzoek in raadkamer summier karakter, waarbij beoordeling van beklag plaatsvindt o.g.v. informatie die op dat moment voorhanden is over strafzaak. Rechter die oordeelt over beklag, kan slechts in zeer beperkte mate vooruitlopen op beslissingen die zullen worden genomen in strafzaak (vgl. HR:2023:128). Rb heeft vastgesteld dat motorfiets is inbeslaggenomen i.h.k.v. strafrechtelijk onderzoek naar onbekende bestuurder van die motorfiets t.z.v. verdenking van o.m. het met hoge snelheid op fietspad rijden met die motorfiets. Daarnaast ligt in overwegingen van Rb als haar oordeel besloten dat klager, onder wie motorfiets diezelfde nacht nog werd aangetroffen, door geen medewerking te verlenen aan politie vooralsnog kennelijk heeft willen voorkomen dat nader onderzoek zou worden gedaan t.a.v. vraag of klager bekend was met gebruik van motorfiets voor strafbaar feit, dan wel dat gebruik redelijkerwijs had kunnen vermoeden, terwijl niet is uitgesloten dat deze bekendheid of dat vermoeden uit nader onderzoek zal volgen. Mede op deze (niet onbegrijpelijke) vaststellingen en overwegingen gebaseerd oordeel van Rb dat niet hoogst onwaarschijnlijk is dat later oordelende strafrechter de verbeurdverklaring van motorfiets o.g.v. art. 33a.2 Sr zal bevelen is, mede in het licht van wat hiervoor is vooropgesteld, toereikend gemotiveerd. Dat brengt mee dat bespreking van klacht over kennelijk oordeel van Rb dat niet hoogst onwaarschijnlijk is dat later oordelende strafrechter de motorfiets zal verbeurdverklaren o.g.v. art. 33a.1 Sr, omdat “mogelijk” is dat motorfiets toebehoorde aan bestuurder, niet nodig is. Volgt verwerping. CAG: anders.

Advocaten

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.