ECLI:NL:HR:2026:424
Hoge Raad · 24-03-2026 · zaaknummer 23/00760
Inhoudsindicatie
Opzettelijk niet doen van aangiften vennootschapsbelasting ten name van rechtspersonen, art. 69.1 AWR. 1. Bewijsklacht. Kan verdachte als pleger worden aangemerkt, nu hij niet hoedanigheid van ‘aangifteplichtige’ heeft? 2. Volgens daarvan opgemaakte akten is beroep o.m. niet gericht tegen vrijspraak van tlgd. medeplegen. Toelaatbare beperking cassatieberoep? Ad 1. Art. 69.1 AWR stelt o.a. strafbaar ‘degene die opzettelijk een bij belastingwet voorziene aangifte niet doet’. Als pleger van niet doen van een bij belastingwet voorziene aangifte moet worden aangemerkt degene die tot doen van aangifte gehouden is. Verplichting tot doen van aangifte vloeit niet rechtstreeks voort uit belastingwet; zij ontstaat pas door uitreiking van aangiftebiljet aan belastingplichtige. Deze aangifteplicht kan aldus slechts worden vastgesteld bij degene die tot doen van aangifte is uitgenodigd als voorzien in art. 8.1 AWR (vgl. HR:2003:AL6161 en HR:2020:121). Hof heeft kennelijk geoordeeld dat verdachte moet worden aangemerkt als degene die tot doen van de in bewezenverklaring genoemde aangiften vennootschapsbelasting voor A B.V. en B B.V. gehouden was. Dat oordeel geeft blijk van onjuiste rechtsopvatting omdat wettelijke aangifteplicht rust op vennootschap waaraan aangiftebiljet blijkens tenaamstelling daarvan is uitgereikt en op belastingplicht van welke vennootschap die aangifte betrekking heeft, en niet (ook) op degene die als vertegenwoordiger of gemachtigde namens vennootschap aangiftebiljet feitelijk in ontvangst heeft genomen of aangifte feitelijk heeft gedaan (vgl. HR:2006:AU8286 en HR:2020:121). HR merkt op dat art. 47 tot en met 51 Sr verschillende mogelijkheden bieden om degene die anders dan als pleger betrokken is bij niet doen van een bij belastingwet voorziene aangifte, onder voorwaarden strafrechtelijk aansprakelijk te stellen voor die betrokkenheid. Ad 2. Aan deze beperking moet worden voorbijgegaan om reden zoals uiteengezet in HR:2013:CA1610. Volgt (partiële) vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 23/00758 en 23/00761.
Advocaten
- J. Kuijper
- P.M. Frielink
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
