ECLI:NL:HR:2026:384
Hoge Raad · 17-03-2026 · zaaknummer 24/02484
Inhoudsindicatie
Caribische zaak. Medeplegen vervoeren en aanwezig hebben van ruim 1.600 kg cocaïne op boot in Caribische Zee nabij Venezuela, art. 3.B en 3.C Opiumlandsverordening 1960. 1. Afwijzing van herhaald verzoek om resultaten van onderzoek door Landsrecherche bij processtukken te voegen, art. 4.1 SvC. 2. Verweer dat vervolging van verdachte(n) dusdanig apert onevenredig is dat met (voortzetting van) vervolging geen door strafrechtelijke handhaving beschermd belang kan zijn gediend en verzuim van hof om ambtshalve onderzoek te verrichten naar ontvankelijkheid van OM in vervolging. 3. Verweer dat OM n-o moet worden verklaard in vervolging. HR: art. 81.1 RO, mede gelet op HR:2026:383 t.a.v. verzoek tot voeging bij processtukken. Samenhang met 24/02483 C en 24/02485 C.
Advocaten
- A.A. Franken
- D.J.M.W. Paridaens
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
