ECLI:NL:HR:2026:35
Hoge Raad · 06-01-2026 · zaaknummer 24/02900
Inhoudsindicatie
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op woning waarvan klaagster (vennootschap) stelt eigenaar te zijn onder ander t.z.v. verdenking van medeplegen witwassen, waarna woning in strafzaak tegen ander bij onherroepelijk arrest verbeurd is verklaard. Bevoegdheid Rb. Is Rb bevoegd tot behandeling van klaagschrift a.b.i. art. 552a Sv, nu HR cassatieberoep tegen arrest van hof waarbij woning verbeurd is verklaard heeft verworpen? HR ambtshalve: Als gerecht dat bevoegd is tot afdoening van klaagschrift a.b.i. art. 552a Sv constateert dat sinds indiening daarvan betreffende voorwerpen bij inmiddels uitvoerbare beslissing ten laste van ander zijn verbeurdverklaard of onttrokken aan verkeer, moet dit klaagschrift worden opgevat als klaagschrift a.b.i. art. 552b Sv. Als dat gerecht (gelet op art. 552b.2 Sv) niet bevoegd is tot behandeling van zo opgevat klaagschrift, moet het bepalen dat griffier de stukken zendt naar het tot die behandeling wel bevoegde gerecht (vgl. HR:1993:ZC9284). In dit geval is verbeurdverklaring van woning pas in cassatiefase van beklagzaak onherroepelijk geworden. Ook in die situatie moet klaagschrift worden opgevat als klaagschrift a.b.i. art. 552b Sv. HR zal met vernietiging van beschikking van hof de zaak voor verdere afdoening en behandeling verwijzen naar het o.g.v. art. 552b.2 Sv bevoegde gerecht. HR bepaalt dat stukken ter verdere behandeling en afdoening zullen worden teruggezonden naar hof. Samenhang met HR:2025:277 (strafzaak tegen ander).
Advocaten
- D.J.C. Aben
- P. van de Kerkhof
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
