ECLI:NL:HR:2026:21
Hoge Raad · 06-01-2026 · zaaknummer 24/04497
Inhoudsindicatie
Gekwalificeerde doodslag (art. 288 Sr), medeplegen wederrechtelijke vrijheidsberoving (art. 282.1 Sr) en medeplegen wegmaken van lijk (art. 151 Sr) door in 2019 in België een ander te martelen en hem vastgebonden in laadruimte van zijn eigen bestelbus rond te rijden teneinde hem te laten zeggen waar hij zijn geld heeft verstopt, als gevolg waarvan die ander komt te overlijden, en vervolgens zijn lichaam in stukken te zagen, zijn lichaamsdelen in olievat te verbranden, overgebleven restanten in speciekuip met cement te storten en die kuip in water te dumpen. TBS met dwangverpleging opgelegd. HR: art. 80a RO, zonder schriftelijk standpunt AG. Samenhang met 24/04501 (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, verdachte n-o).
Advocaten
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
