ECLI:NL:HR:2026:182
Hoge Raad · 10-02-2026 · zaaknummer 25/00319
Inhoudsindicatie
Mishandeling door buurvrouw met emmer tegen haar gezicht te slaan, art. 300.1 Sr. Bewijsminimum, art. 342.2 Sv (unus testis, nullus testis). Vindt verklaring van aangeefster (dat zij door verdachte met emmer is geslagen) voldoende steun in ander bewijsmateriaal? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2010:BM2452 m.b.t. bewijsminimum van art. 342.2 Sv. Hof heeft geoordeeld dat feiten en omstandigheden waarover aangeefster heeft verklaard, in voldoende mate steun vinden in andere gebruikte bewijsmiddelen. Dat oordeel is niet zonder meer begrijpelijk. Door hof vastgesteld letsel volgt niet uit iets anders dan uit verklaring van aangeefster. Overige door hof gebruikte b.m. houden slechts in dat verdachte heeft verklaard dat het haar emmer was, dat zij naar buiten is gelopen om emmer terug te vragen en dat zij ook wel wordt aangesproken met naam A. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Advocaten
- T.N.B.M. Spronken
- W.H. Jebbink
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
