ECLI:NL:HR:2026:163
Hoge Raad · 03-02-2026 · zaaknummer 23/03049
Inhoudsindicatie
Medeplegen opzettelijk aanwezig hebben van cocaïne, art. 2.C Opiumwet. 1. Afwijzing van ttz. in hoger beroep gedaan (voorwaardelijk) verzoek tot het horen van getuige (verbalisant), op de grond dat verzoek onvoldoende is onderbouwd en noodzaak tot horen van getuige onvoldoende is gebleken. 2. Strafmotivering (gevangenisstraf van 48 maanden). Toepassing LOVS-oriëntatiepunten. 3. Bewijsklachten m.b.t. redengevendheid van bewijsvoering voor bewezenverklaring en wetenschap van verdachte van cocaïne in laadruimte van bestelbus en beschikkingsmacht daarover. HR: art. 81.1 RO.
Advocaten
- D.J.M.W. Paridaens
- D.W.E. Sternfeld
- J. Kuijper
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
