ECLI:NL:HR:2026:10
Hoge Raad · 06-01-2026 · zaaknummer 24/00750
Inhoudsindicatie
Faillissementsfraude. Medeplegen bedrieglijke bankbreuk door als bestuurder van rechtspersoon (reisbureau) schuldeisers te bevoordelen (art. 343.3 (oud) Sr), gelden aan boedel te onttrekken (art. 343.1 (oud) Sr) en niet te voldoen aan zijn administratieplicht (art. 343.4 (oud) Sr), en valsheid in geschrift (art. 225.2 Sr). 1. Bewijsklachten bedrieglijke bankbreuk t.a.v. voorzienbaarheid van faillissement en opzet. Kon hof oordelen dat faillissement voor verdachte voorzienbaar was en dat hij (voorwaardelijk) opzet had op verkorting van rechten van (overige) schuldeisers? 2. Bewijsklachten bedrieglijke bankbreuk t.a.v. niet voldoen aan administratieplicht. Is het niet overleggen van administratie opgenomen in art. 343 (oud) Sr of enkel strafbaar gesteld in huidig art. 344a Sr? 3. Bewijsklacht valsheid in geschrift t.a.v. gebruik maken van geschriften. Kan uit bewijsvoering volgen dat verdachte gebruik heeft gemaakt van overeenkomsten, nu reisbureau als “gebruiker” moet worden aangemerkt? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 24/00765.
Advocaten
- M.E. van Wees
- M.J. van Berlo
- R.J. Baumgardt
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
