Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:HR:2025:871

Hoge Raad · 10-06-2025 · zaaknummer 23/00844

StrafrechtGepubliceerd 05-06-2025
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Schuldwitwassen van geldbedragen (€ 9.958), art. 420quater.1.b Sr. Bewijsklacht ‘verwerven’ en ‘voorhanden heeft gehad’. Voor het (als pleger) ‘voorhanden hebben’ van voorwerp a.b.i. art. 420quater.1 Sr is vereist dat verdachte het voorwerp opzettelijk aanwezig heeft (vgl. HR:2024:112). Dit ‘voorhanden hebben’ vereist feitelijke zeggenschap over voorwerp en strekt zich - zo volgt uit wetsgeschiedenis van art. 417bis Sr (schuldheling) - uit tot ieder feitelijk voorhanden hebben, met welk doel of krachtens welke titel dan ook. Het is daarbij niet nodig dat verdachte altijd direct over voorwerp kan beschikken. Uit diezelfde wetsgeschiedenis volgt dat het bij het (als pleger) ‘verwerven’ a.b.i. art. 420quater.1 Sr gaat om het verrichten van handeling die tot gevolg heeft dat feitelijke zeggenschap over voorwerp wordt verkregen. Hof heeft o.m. vastgesteld dat verdachte zijn bankpas en pincode heeft afgegeven aan A, zodat deze geld (dat hij niet op zijn eigen rekening wilde ontvangen) kon laten storten op rekening van verdachte. Vervolgens hebben 4 bijschrijvingen van in totaal € 9.958 op bankrekening plaatsgevonden die resultaat waren van telefoonfraude en die vrijwel direct werden gevolgd door contante geldopnames. ‘s Hofs op die vaststellingen gebaseerde oordeel dat verdachte het geldbedrag van in totaal € 9.958 ‘voorhanden heeft gehad’, getuigt in het licht van wat hiervoor is vooropgesteld niet van onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Daaraan doet niet af dat verdachte tijdens periode dat geld op zijn bankrekening heeft gestaan niet beschikking heeft gehad over zijn bankpas, nu deze omstandigheid niet met zich brengt dat verdachte geen feitelijke zeggenschap heeft kunnen uitoefenen over geld dat op zijn bankrekening was gestort. Uit bewijsvoering kan echter niet volgen dat verdachte geldbedragen van in totaal € 9.958 heeft ‘verworven’. Hof heeft immers niet vastgesteld dat verdachte zelf enige bemoeienis heeft gehad met de in bewijsvoering genoemde transacties die met gebruikmaking van die bankrekening hebben plaatsvonden. Ook anderszins heeft hof geen nadere vaststellingen gedaan waaruit kan worden afgeleid dat verdachte zelf feitelijke zeggenschap had over de met geldbedrag van in totaal € 9.958 verrichte transacties. ‘s Hofs bewijsvoering is daarom op dit punt ontoereikend gemotiveerd. Tot cassatie hoeft dit echter niet te leiden. Nu hof ook het ‘voorhanden hebben’ van geldbedrag heeft bewezenverklaard en hof kennelijk heeft geoordeeld dat sprake was van eendaadse samenloop m.b.t. het voorhanden hebben en het verwerven van geldbedrag, heeft verdachte geen belang bij zijn klacht. Volgt verwerping. CAG: anders.

Advocaten

Partijen

  • [verdachte]

    verdachte · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.