ECLI:NL:HR:2025:815
Hoge Raad · 27-05-2025 · zaaknummer 25/01179
Inhoudsindicatie
Herziening. Faillissementsfraude in vastgoedmarkt. Medeplegen bedrieglijke bankbreuk (meermalen gepleegd) in faillissementen van vennootschap (holding) van vader van verdachte en van vader in privé (art. 341.a (oud) Sr), in geval van faillissement ter bedrieglijke verkorting van rechten van schuldeisers enig goed aan boedel onttrekken (art. 344.1 (oud) Sr) en (feitelijk leiding geven aan) schuldwitwassen (door rechtspersoon) (meermalen gepleegd) (art. 420quater.1.b Sr). 1. Aangevoerd wordt dat met uitspraak in ontnemingszaak, waarin hof de vordering tot ontneming van w.v.v. heeft afgewezen, bewezenverklaringen zijn uitgesproken die niet overeen zijn te brengen, art. 457.1.a Sv. 2. Aangevoerd wordt dat uit uitspraak in ontnemingszaak volgt dat benadelingsbedrag aanzienlijk lager is dan waar in strafrechtelijke procedure vanuit is gegaan en dat hof, zou het bekend zijn geweest met dit bedrag, lagere straf aan aanvrager zou hebben opgelegd, art. 457.1.c Sv. Ad 1. Oordeel in ontnemingszaak kan niet worden aangemerkt als ‘bewezenverklaring’ a.b.i. art. 457.1.a Sv. Ad 2. Daarmee wordt miskend dat onder ‘minder zware strafbepaling’ a.b.i. art. 457.1.c Sv moet worden verstaan strafbepaling met minder zware strafbedreiging. Oplegging door rechter van andere (minder zware) sanctie of achterwege laten van oplegging van sanctie valt daar niet onder. Afwijzing aanvraag. Vervolg op HR:2024:1285 (herziening) en HR:2024:806 (strafzaak).
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
