Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:HR:2025:779

Hoge Raad · 20-05-2025 · zaaknummer 22/04408

StrafrechtGepubliceerd 20-05-2025
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Valsheid in geschrift (meermalen gepleegd) door als belastingadviseur namens belastingplichtigen aangiften inkomstenbelasting te doen en daarin kosten op te voeren die in werkelijkheid niet zijn gemaakt, art. 225.1 Sr. Strafmotivering (gevangenisstraf van 9 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk). Kon hof bij strafoplegging rekening houden met onjuiste belastingaangiften die niet aan verdachte ten laste zijn gelegd? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2020:896 m.b.t. betrekken van niet tlgd. feit bij strafoplegging. Hof heeft bewezenverklaard dat verdachte in periode van 2-11-2011 tot en met 12-3-2014 aangiften inkomstenbelasting heeft ingediend en daarbij in strijd met waarheid te hoge en/of gefingeerde aftrekposten heeft opgegeven, waarbij in bewezenverklaring specifiek 16 (namens 6 belastingplichtigen) ingediende aangiften zijn vermeld. Hof heeft bij strafoplegging betrokken dat uit dossier en verhandelde ttz. volgt dat fraude veel omvangrijker is dan in relatie tot die in bewezenverklaarde specifiek vermelde belastingaangiften is gebleken. Hof heeft daarover overwogen dat uit cijfers van Belastingdienst blijkt dat ruim 300 door verdachte ingediende belastingaangiften opnieuw zijn beoordeeld en dat naar aanleiding daarvan navorderingsaanslagen zijn opgelegd, en dat in bijna 80 procent van de door verdachte ingediende belastingaangiften zorgkosten zijn geclaimd. Hof heeft daarbij geoordeeld dat sprake is van duidelijk patroon van op zeer grote schaal valselijk ingevulde aftrekposten en is daarom bij strafoplegging gelet daarop uitgegaan van fors nadeelbedrag. Hof heeft kennelijk geoordeeld dat o.g.v. verhandelde ttz. aannemelijk is geworden dat sprake is van grootschalig karakter van bewezenverklaard delict, in die zin dat dit delict veel meer gevallen van fiscale fraude omvat dan in bewezenverklaring specifiek vermelde gevallen, en dat dit grootschalige karakter voor straftoemeting relevante omstandigheid betreft. Dit oordeel is, in het licht van wat hiervoor is vooropgesteld, niet zonder meer begrijpelijk. Uit p-v van tz. blijkt immers slechts dat is volstaan met voorhouden van samenvatting van stukken maar niet dat verdachte is bevraagd over andere dan in tll. specifiek vermelde belastingaangiften, terwijl raadsvrouw uitdrukkelijk heeft betwist dat bij die andere belastingaangiften sprake is geweest van valselijk opgemaakte aangiften. Daarnaast houden ‘s hofs vaststellingen niet meer in dan dat “ruim 300 door verdachte verzorgde aangiften opnieuw zijn beoordeeld naar aanleiding waarvan navorderingsaanslagen zijn opgelegd” en dat in “bijna 80 % van de door verdachte verzorgde aangiften zorgkosten zijn geclaimd”, waarbij hof niet nader heeft uiteengezet of en, zo ja, in welke omvang hierbij (evenals bij de in bewezenverklaring specifiek vermelde aangiften) sprake was van het door verdachte opzettelijk opgeven van te hoge of gefingeerde aftrekposten. Dat in de bewezenverklaring door de passage “waaronder (onder meer)” ook niet specifiek vermelde gevallen zijn begrepen, maakt dit niet anders. Volgt (partiële) vernietiging t.a.v. strafoplegging en terugwijzing. Vervolg op HR:2021:261.

Advocaten

Partijen

  • [verdachte]

    verdachte · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.