ECLI:NL:HR:2025:768
Hoge Raad · 27-05-2025 · zaaknummer 23/04961
Inhoudsindicatie
Oplichting, art. 326.1 Sr. 1. Bewijsklacht. Kon hof in zijn bewijsoverweging betekenis toekennen aan gegeven dat naam die verdachte heeft genoemd bij zijn “babbeltruc” een bekende zou zijn van aangever, terwijl uit bewijsmiddelen niet volgt dat deze persoon inderdaad een bekende is? 2. Bewijsklacht bewegen tot afgifte van geldbedrag. Verweer dat aangever zijn onderzoeksplicht heeft verzaakt. HR: art. 81.1 RO.
Advocaten
- M.E. van Wees
- O.J. Much
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
