ECLI:NL:HR:2025:752
Hoge Raad · 20-05-2025 · zaaknummer 24/04834
Inhoudsindicatie
Beklag ex art. 5.4.10 jo. 552a Sv door advocaat na beslag ex art. 94 Sv op geldbedrag, (digitale) stukken en gegevensdragers onder hem n.a.v. Europees onderzoeksbevel van Belgische autoriteiten t.z.v. verdenking van deelname aan criminele organisatie. 1. Had Rb de zaak moeten verwijzen naar RC, omdat RC inhoudelijke argumenten die door klager aan beroep op verschoningsrecht ten grondslag zijn gelegd niet in zijn beslissing over inbeslagname en verlenen van bevoegdheid tot kennisneming van verschoningsgerechtigd materiaal aan Belgische autoriteiten heeft kunnen betrekken? 2. Kon Rb zich inhoudelijk uitlaten over vraag of t.a.v. inbeslaggenomen goederen sprake is van zeer uitzonderlijke omstandigheden die doorbreking van verschoningsrecht kunnen rechtvaardigen, zonder daarbij kennis te nemen van inhoud van inbeslaggenomen goederen? 3. Motivering ongegrondverklaring van beklag t.a.v. verschillende inbeslaggenomen voorwerpen. Verweren dat inbeslaggenomen goederen niet kunnen worden beschouwd als bewijsmateriaal waarop EOB betrekking heeft dan wel niet kunnen dienen om waarheid aan het licht te brengen. HR: art. 81.1 RO.
Advocaten
- A.A. Franken
- T.N.B.M. Spronken
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
