ECLI:NL:HR:2025:67
Hoge Raad · 14-01-2025 · zaaknummer 24/00346
Inhoudsindicatie
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. ontucht met 13-jarig meisje door 22-jarige verdachte, art. 245 (oud) Sr. Aanwezigheidsrecht. Dagvaardingstermijn in hoger beroep, art. 413.1 Sv. Had hof onderzoek ttz. o.g.v. art. 413.1 jo. art. 265.3 Sv moeten schorsen? Aan dagvaarding van verdachte om te verschijnen op tz. in h.b. van 30-1-2024 is akte van uitreiking gehecht. Volgens deze akte is die dagvaarding op 24-1-2024 uitgereikt op wijze zoals is voorgeschreven in art. 36e.2.b Sv. Termijn van 10 dagen die in art. 413.1 (eerste volzin) Sv is voorgeschreven, is dus niet in acht genomen. Stukken houden niets in waaruit kan volgen dat op eerder moment sprake was van rechtsgeldige betekening van die dagvaarding of dat verkorting van die termijn heeft plaatsgevonden met toestemming van verdachte. Volgens p-v van tz. is verdachte daar niet verschenen. Daarom had hof het onderzoek ttz. o.g.v. art. 413 jo. art. 265.3 Sv moeten schorsen. Hof heeft onderzoek ttz. echter voortgezet nadat tegen niet-verschenen verdachte verstek was verleend. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Advocaten
- V.M.A. Sinnige
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
