ECLI:NL:HR:2025:653
Hoge Raad · 22-04-2025 · zaaknummer 23/05076
Inhoudsindicatie
OM-cassatie. Beklag ex art. 552b Sv tegen beslissing tot verbeurdverklaring van saldo op bankrekening (€ 4.105.492,66) in strafzaak tegen derde t.z.v. witwassen. 1. Ontvankelijkheid klaagschrift. Kan klaagster als belanghebbende a.b.i. art. 552b.1 Sv worden aangemerkt? 2. Begrip ‘toekomen’ a.b.i. art. 552b.1 Sv. Brengt omstandigheid dat klaagster o.g.v. vordering uit ‘unjust enrichment’ aanspraak maakt op geldbedrag van € 4.000.000 mee dat gedeelte van verbeurdverklaard saldo aan klaagster toekomt? Ad 1. en 2. Art. 552b Sv stelt schriftelijk beklag open voor belanghebbenden tegen verbeurdverklaring van hun toekomende voorwerpen of onttrekking van zodanige voorwerpen aan verkeer. Voor ontvankelijkheid van beklag is daarom vereist dat klager stelt dat betreffend voorwerp hem ‘toekomt’. Van ‘toekomen’ a.b.i. art. 552b.1 Sv is sprake als belanghebbende eigenaar is van het in die bepaling bedoelde voorwerp. Daarnaast is sprake van ‘toekomen’ als belanghebbende o.g.v. wet, krachtens beperkt recht of anderszins, dan wel o.g.v. overeenkomst aanspraak erop kan maken dat betreffend voorwerp aan hem wordt afgegeven (vgl. HR:1994:ZD1079 en HR:1996:ZD0408). Als klager o.g.v. civielrechtelijke verbintenis (zoals overeenkomst, onrechtmatige daad, onverschuldigde betaling of ongerechtvaardigde verrijking) jegens bepaalde (rechts)persoon vordering heeft tot betaling van geldbedrag van zekere omvang, dan brengt dat niet mee dat zich in vermogen van die persoon bepaald geldbedrag bevindt dat kan worden aangemerkt als ‘voorwerp’ dat aan die klager ‘toekomt’ a.b.i. art. 552b.1 Sv. Klager heeft dan immers slechts vordering tot betaling van verschuldigd geldbedrag, zodat niet gezegd kan worden dat hij aanspraak kan maken op afgifte van bepaald (deel van) in strafzaak van zijn schuldenaar verbeurd verklaarde geldsom (vgl. m.b.t. vordering uit leenovereenkomst HR:2003:AF9701). In zo’n geval kan klager dan ook niet als ‘belanghebbende’ a.b.i. art. 552b.1 Sv worden aangemerkt. Gelet op wat is vooropgesteld, heeft Rb zowel bij beoordeling van ontvankelijkheid van beklag als bij gegrondverklaring van beklag blijk gegeven van onjuiste rechtsopvatting. Dat klaagster o.g.v. vordering o.g.v. ‘unjust enrichment’ aanspraak maakt op betaling van geldbedrag van € 4.000.000, brengt immers niet met zich dat klaagster o.g.v. beperkt recht of o.g.v. overeenkomst erop aanspraak kan maken dat voorwerp dat is verbeurdverklaard, te weten: tegoed van bankrekening bij bank (vorderingsrecht op bank t.z.v. die bankrekening) - tot bedrag van € 4.000.000 - aan haar wordt afgegeven. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 24/00529 B en 24/00534 B.
Advocaten
- A.E. Harteveld
- O.M. Dieben
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
