ECLI:NL:HR:2025:628
Hoge Raad · 22-04-2025 · zaaknummer 23/02198
Inhoudsindicatie
Jeugdzaak. Openlijke geweldpleging (art. 141.1 Sr), medeplegen dwang (art. 284.1 Sr) en medeplegen afdreiging (art. 318.1 Sr). Toewijzing van vordering tot tenuitvoerlegging van voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie van 297 dagen en omzetting daarvan in taakstraf (bestaande uit werkstraf) van 240 uren, subsidiair 297 dagen jeugddetentie, art. 6:6:21 Sv, art. 77m Sr en art. 77n Sr. Is in strijd met art. 77m.2 Sr werkstraf van meer dan 200 uren opgelegd en is in strijd met art. 77n.3 Sr voor elke 2 uren van taakstraf meer dan 1 dag vervangende jeugddetentie opgelegd en totale duur van vervangende jeugddetentie meer dan 4 maanden? HR ambtshalve: O.g.v. art. 6:6:21.2 Sv kan rechter een taakstraf gelasten i.p.v. last te geven tot tul van eerder opgelegde voorwaardelijke vrijheidsstraf. Op gronden vermeld in CAG berust het op kennelijke misslag van wetgever dat in deze bepaling art. 77m.2 en 77n.3 Sr niet van overeenkomstige toepassing zijn verklaard. Art. 6:6:21.2 Sv moet daarom verbeterd worden gelezen. Dat brengt mee dat in zaken waarin strafrecht voor jeugdigen is toegepast, bij omzetting van eerder opgelegde voorwaardelijke jeugddetentie in taakstraf (bestaande uit werkstraf), duur van taakstraf ten hoogste 200 uren is, vervangende jeugddetentie, voor het geval dat veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, ten hoogste 4 maanden beloopt en dat voor elke 2 uren van taakstraf niet meer dan 1 dag vervangende jeugddetentie wordt opgelegd (vgl. HR:2024:1411). HR zal ‘s hofs uitspraak ambtshalve vernietigen t.a.v. duur van de (i.p.v. last tot tul van voorwaardelijke jeugddetentie) gelaste taakstraf en daaraan verbonden vervangende jeugddetentie. HR merkt op dat in toekomstige gevallen, waarin bij beslissingen over omzetting van voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie in taakstraf (bestaande uit werkstraf) en duur van vervangende jeugddetentie het voorgaande wordt miskend, sprake is van kennelijke misslag die zich bij uitstek leent voor herstel door hof zelf. Het gaat dan immers om onmiddellijk kenbare fout die zich voor eenvoudig herstel leent door rechters die op zaak hebben gezeten, overeenkomstig HR:2010:BJ7243 en HR:2012:BW1478. Deze manier van herstel verdient voorkeur, omdat daardoor op korte termijn en op eenvoudige manier ondubbelzinnig duidelijkheid ontstaat over de voor tul vatbare straffen. Wanneer in zo’n geval (naast het doen van verzoek om herstelarrest) ook cassatieberoep is ingesteld, kan dat beroep worden ingetrokken zodra herstelarrest is gewezen. HR bepaalt dat de i.p.v. last tot tul gelaste taakstraf (bestaande uit werkstraf) 200 uren, subsidiair 100 dagen jeugddetentie, beloopt. Samenhang met HR:2025:505.
Advocaten
- H.M.W. Daamen
- M.E. van Wees
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
