ECLI:NL:HR:2025:627
Hoge Raad · 22-04-2025 · zaaknummer 22/04613
Inhoudsindicatie
Mishandeling, art. 300.1 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Noodweer, art. 41.1 Sr. HR: Om redenen vermeld in CAG leiden middelen niet tot cassatie. CAG: Hof is o.b.v. de uit bewijsmiddelen volgende feiten en omstandigheden tot oordeel gekomen dat verdachte de aangever in zijn gezicht heeft geslagen en dat feitelijke toedracht van beroep op noodweer niet aannemelijk is geworden. Dit oordeel is niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd, in aanmerking genomen dat hof gemotiveerd uiteen heeft gezet dat en waarom het geen geloof hecht aan verklaring van verdachte dat aangever met zijn vinger in richting van zijn oog bewoog en dat verdachte zich hiertegen moest verdedigen. Volgt verwerping.
Advocaten
- B. Wernik
- M.E. van Wees
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
