ECLI:NL:HR:2025:58
Hoge Raad · 14-01-2025 · zaaknummer 22/03333
Inhoudsindicatie
Zware mishandeling van zijn buurman door met hamer op diens rechterhand te slaan, art. 302.1 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklachten en afwijzing van voorwaardelijk verzoek tot nader onderzoek. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Hof heeft t.a.v. letsel (botfractuur in rechterhand) vastgesteld dat dit van dien aard was dat medisch ingrijpen noodzakelijk is gebleken en dat t.t.v. het wijzen van arrest nog geen uitzicht was op (volledig) herstel. ’s Hofs oordeel dat sprake is van zwaar lichamelijk letsel is toereikend gemotiveerd. Hetgeen raadsman naar voren heeft gebracht t.a.v. 112-meldingen heeft hof niet aangemerkt als uitdrukkelijk onderbouwd standpunt maar als onderbouwing van bewijsverweer/alternatief scenario. Hof heeft verzoek om nader onderzoek door deskundige te laten verrichten afgewezen, omdat noodzaak daartoe ontbreekt. Nu het gaat om verzoek ex art. 328 jo. 315 Sv heeft hof de juiste maatstaf aangelegd. ‘s Hofs oordeel is ook in het licht van wat door verdediging is aangevoerd voldoende gemotiveerd. Volgt verwerping.
Advocaten
- P. van Dongen
- R.J. Baumgardt
- T.N.B.M. Spronken
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
