ECLI:NL:HR:2025:498
Hoge Raad · 01-04-2025 · zaaknummer 23/02843
Inhoudsindicatie
Poging tot doodslag (art. 287 Sr) mishandeling, meermalen gepleegd (art. 300.1 Sr) en mensenhandel, meermalen gepleegd (art. 273f.1.1, 273f.1.4 en 273f.1.6 Sr). 1. Bewijsklacht mensenhandel t.a.v. uitbuiting. Moet uit bewijsvoering blijken van daadwerkelijk geleden materieel nadeel van slachtoffers? 2. Vordering benadeelde partij. Kon hof de vordering b.p. toewijzen en schadevergoedingsmaatregel opleggen t.b.v. slachtoffer dat tijdens hoger beroep is overleden, nu namens nabestaanden ttz. in h.b. is verklaard dat vordering niet wordt gehandhaafd? Ad 1. Opvatting dat voor een op art. 273f Sr toegesneden bewezenverklaring uit bewijsvoering moet kunnen worden afgeleid “dat slachtoffers daadwerkelijk materieel nadeel hebben geleden”, vindt in haar algemeenheid geen steun in het recht. Bewezenverklaring is, ook v.zv. hof heeft geoordeeld dat sprake was van uitbuiting, toereikend gemotiveerd. Ad 2. Strafgeding voorziet niet in mogelijkheid dat in geval van overlijden van b.p. de erfgenaam zich in geding voegt en (proces)positie van b.p. overneemt. Dit betekent dat ook als persoon die zich o.g.v. art. 51f.1 Sv als b.p. in strafgeding heeft gevoegd, is overleden, rechter o.g.v. art. 361.4 Sv moet beslissen op betreffende vordering (vgl. HR:2014:917). Als voeging in eerste aanleg heeft plaatsgehad, dan duurt zij, v.zv. gevorderde schadevergoeding is toegewezen, ook in zo’n geval o.g.v. art. 421.2 Sv van rechtswege voort in h.b. O.g.v. art. 36f.2 Sr kan schadevergoedingsmaatregel worden opgelegd als en v.zv. verdachte jegens slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor schade die door strafbaar feit is toegebracht. Die aansprakelijkheid van verdachte jegens slachtoffer eindigt niet door overlijden van slachtoffer (vgl. HR:2010:BL9105). Hof heeft vastgesteld dat vordering b.p. in e.a. integraal is toegewezen. In het licht hiervan heeft hof geoordeeld dat voeging in h.b. van rechtswege voortduurt “zodat hof daarop heeft te beslissen” en dat omstandigheid dat b.p. t.t.v. de over haar vordering te nemen beslissing was overleden, aan toewijzing van vordering niet in de weg staat, ook niet als die vordering strekt tot vergoeding van immateriële schade. Verder heeft hof geoordeeld dat in geval als dit (waarin slachtoffer is overleden nadat verdachte h.b. had ingesteld) schadevergoedingsmaatregel kan worden opgelegd ten behoeve van slachtoffer. Deze oordelen zijn tegen achtergrond van wat hiervoor is vooropgesteld, juist. Volgt verwerping.
Advocaten
- N.D. Geraads
- V.M.A. Sinnige
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
