ECLI:NL:HR:2025:447
Hoge Raad · 25-03-2025 · zaaknummer 22/04419
Inhoudsindicatie
Poging tot diefstal d.m.v. braak door steen door ruit van bedrijfsbus te gooien, art. 311.1.5 Sr. Stellig en duidelijk verzoek tot het horen van concreet aangeduide getuige. Afwijzing van een bij pleidooi gedaan (voorwaardelijk) verzoek tot het horen van getuigen, op de grond dat noodzaak daarvan niet is gebleken. Was hof verplicht beslissing te geven op verzoek? Uitspraak EHRM in zaak Keskin tegen Nederland (nr. 2205/16) doet niet af aan eis die in rechtspraak HR wordt gesteld en die ook aansluit bij rechtspraak EHRM, dat als verdediging een getuige wenst te ondervragen, zij hiertoe het nodige initiatief neemt. Dat houdt in dat verdediging die wens kenbaar moet maken door stellig en duidelijk verzoek te doen tot het oproepen en horen van concreet aangeduide getuige (vgl. HR:2021:576). Verzoek voldoet niet aan dat vereiste, nu daarin (mede in het licht van wat over verzoek is opgemerkt in CAG) niet met vereiste duidelijkheid is aangegeven welke concreet aangeduide getuigen zouden moeten worden gehoord. Hof was daarom niet verplicht beslissing te nemen op dat verzoek. Dit betekent dat in cassatie bij gebrek aan voldoende belang niet met succes kan worden geklaagd over afwijzing van verzoek. Volgt verwerping.
Advocaten
- B.F. Keulen
- L.C. de Lange
- R.P. van der Graaf
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
