ECLI:NL:HR:2025:377
Hoge Raad · 11-03-2025 · zaaknummer 24/00161
Inhoudsindicatie
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. diefstal, meermalen gepleegd (art. 310 Sr). Ontvankelijkheid hoger beroep, appelschriftuur bij stukken. Kon hof (enkelvoudige kamer) oordelen dat door of namens verdachte geen schriftuur houdende grieven is ingediend en dat verdachte mede daarom ex art. 416.2 Sv n-o wordt verklaard in h.b., nu hof geen acht heeft geslagen op appelschriftuur van raadsman die zich bij stukken bevindt? HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: In p-v van tz. in h.b. van 16-1-2024 is in voetnoot vermeld dat na tz. is gebleken dat raadsman op 17-10-2023 appelschriftuur heeft ingediend bij Rb, terwijl die op moment van uitspreken van arrest niet bij hof bekend was. Tussen de ex art. 434.1 Sv toegezonden stukken bevindt zich appelschriftuur van raadsman, gedateerd op 17-10-2023. Daarom is ‘s hofs beslissing om verdachte ex art. 416.2 Sv n-o te verklaren in h.b., niet begrijpelijk. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Advocaten
- D.J.C. Aben
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
