Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:HR:2025:347

Hoge Raad · 11-03-2025 · zaaknummer 23/04549

StrafrechtGepubliceerd 27-02-2025
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Profijtontneming, w.v.v. uit hennepteelt. Redelijke termijn in eerder hoger beroep en in fase tussen eerdere verstekuitspraak van hof en instellen van cassatieberoep tegen die eerdere uitspraak. Uit procesverloop volgt dat HR in eerdere cassatieprocedure in deze zaak ‘s hofs uitspraak van 24-7-2017 heeft vernietigd t.a.v. opgelegde betalingsverplichting. In die procedure is o.m. geklaagd over overschrijding van redelijke termijn in eerder hoger beroep en in fase tussen eerdere verstekuitspraak van hof en instellen van cassatieberoep tegen die eerdere uitspraak. Deze klachten zijn onbesproken gebleven. Na terugwijzing heeft hof de zaak op 12-10-2023 (opnieuw) inhoudelijk behandeld. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2022:88 m.b.t. beoordelingskader overschrijding redelijke termijn na terugwijzing/verwijzing door HR, inhoudende dat rechter zowel acht moet slaan op tijdsverloop vóór gecasseerde uitspraak als op tijdsverloop in cassatiefase en periode van h.b. na terugwijzing/verwijzing, waarbij tijdsverloop in opeenvolgende procesfases afzonderlijk worden beoordeeld. Gelet op wat raadsman heeft aangevoerd over overschrijding van redelijke termijn in eerdere procedure bij hof, eindigend met ‘s hofs bij verstek gewezen uitspraak van 24-7-2017, en tijdsverloop tussen deze bij verstek gewezen uitspraak van hof en het instellen van het tegen die uitspraak gerichte cassatieberoep op 18-12-2020, had hof hierover gemotiveerde beslissing moeten nemen. Zo’n beslissing ontbreekt in ‘s hofs uitspraak. Door hof toegepaste matiging van betalingsverplichting heeft immers kennelijk slechts betrekking op overschrijding van redelijke termijn in eerste aanleg, terwijl ‘s hofs vaststelling dat redelijke termijn niet is overschreden in “cassatiefase en fase na terugwijzing door HR” geen betrekking heeft op de door raadsman bedoelde tijdvakken. HR doet zaak zelf af door opgelegde betalingsverplichting van € 484.358,22 te verminderen met € 10.358,22. Vervolg op HR:2022:715.

Advocaten

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.