ECLI:NL:HR:2025:333
Hoge Raad · 18-03-2025 · zaaknummer 22/03913
Inhoudsindicatie
Phishing-fraude met behulp van valse betaalverzoeken. Medeplegen van computervredebreuk, meermalen gepleegd (art. 138ab.1 Sr), medeplegen van voorhanden hebben van toegangscodes (art. 139d.2.b Sr), medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd (art. 326.1 Sr) en medeplegen diefstal d.m.v. valse sleutels (art. 311.1 Sr). 1. Bewijsklacht medeplegen t.a.v. aangeefster A. 2. Bewijsklacht medeplegen t.a.v. aangeefster B. 3. Bewijsklacht oplichting. Is bank t.a.v. B bewogen tot afgifte van geldbedrag? Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2016:1316 m.b.t. medeplegen en in het bijzonder afbakening tussen medeplegen en medeplichtigheid. Hof heeft in zijn bewijsvoering vastgesteld dat A en persoon die zich C noemde en gebruikmaakte van telefoonnummer, op 30-4-2018 tussen 18.44 uur en 19.39 uur via WhatsApp berichten uitwisselden. In dat berichtenverkeer werd A door C bewogen om betaling via Tikkie te doen. Daardoor werd zij geleid naar phishingsite. A logde in op deze phishingsite en vulde TAN-code in. Met behulp van deze gegevens werd vervolgens ingelogd in account van A bij bank, waarna een telefoon werd aangemeld op dat account. Diezelfde avond werd om 21.33 uur bij winkel met behulp van Mobiel Betalen App vanaf betaalrekening van A contactloze betaling van € 2.118,05 gedaan i.v.m. aankoop van 2 telefoons. Deze aankoop werd gedaan door medeverdachte D. Op 29-5-2018 begaven verbalisanten zich naar woning van verdachte om hem aan te houden. Zij zagen dat verdachte o.m. telefoon (waaraan telefoonnummer was gekoppeld) probeerde te verstoppen in zijn tuin. Verdachte heeft over die telefoon verklaard dat hij telefoon (die van hem is en welke telefoon ook door medeverdachte D werd gebruikt) heeft gebruikt als betaalmiddel voor aankopen bij winkels op 13-4-2018 op rekening van E. In zijn bewijsoverwegingen heeft hof als zijn oordeel tot uitdrukking gebracht dat niet aannemelijk is geworden dat telefoon uitsluitend door anderen dan verdachte werd gebruikt. Verder heeft hof geoordeeld dat verdachte op 30-4-2018 Tikkie-link heeft gestuurd aan A. Die oordelen zijn niet onbegrijpelijk in het licht van ’s hofs vaststellingen over gebruik van deze telefoon door verdachte en verstoppen van deze telefoon door verdachte, waaruit kan worden afgeleid dat verdachte de telefoon aan begin en aan einde van periode waarin bewezenverklaarde feiten hebben plaatsgevonden voorhanden had en hij dus kennelijk gedurende deze hele periode daarover kon beschikken. ’s Hofs op dit alles gebaseerde oordeel dat door hem in aanmerking genomen f&o in hun onderling verband en samenhang voldoende zijn om bij tlgd. feiten voor wat betreft A te kunnen spreken van een voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking van verdachte met zijn mededader(s), getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Ad 2. Hof heeft in zijn bewijsvoering vastgesteld dat B op 28-5-2018 via WhatsApp werd benaderd door persoon die zich F noemde. F vroeg aangeefster B of zij € 0,01 wilde overmaken zodat hij kon zien of haar gegevens klopten. B heeft via F betaalverzoek ontvangen waarbij zij op link moest klikken. Zij heeft link aangeklikt en haar ING-inloggegevens ingevuld. Er is vervolgens door derde gebruikgemaakt van haar bankgegevens en geldbedrag van € 2,51 is van haar bankrekening overgeschreven naar bankrekening die haar niet bekend was. Op 29-5-2018 begaven verbalisanten zich naar woning van verdachte om hem aan te houden. Verbalisanten zagen dat verdachte o.m. telefoon probeerde te verstoppen in zijn tuin. Deze telefoon bevatte 5 ontvangen schermopnamen met diverse bankgegevens van bankrekening op naam van B en Tikkie-link van € 0,01 op website. Verdachte heeft verklaard dat deze telefoon van hem was. Hof heeft in zijn bewijsvoering gemotiveerd op grond waarvan naar zijn oordeel tlgd. medeplegen bewezen is. ’s Hofs oordeel dat door hem in aanmerking genomen f&o in hun onderling verband en samenhang voldoende zijn om te kunnen spreken van een voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking van verdachte met zijn mededader of mededaders, getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Daarbij neemt HR mede in aanmerking dat hof in zijn bewijsoverwegingen (waarin het heeft betrokken benodigde snelheid om Tikkie-fraude te laten slagen en vergelijkbare handelwijze t.a.v. slachtoffers E en A) als zijn niet onbegrijpelijke oordeel tot uitdrukking heeft gebracht dat aan verkrijgen van inloggegevens van B, voorhanden hebben van die inloggegevens en gebruik ervan om in te loggen in server en/of netwerk van bank en geldbedrag over te schrijven vanaf bankrekening van B, vooropgezet plan van verdachte en zijn mededader(s) ten grondslag lag. Ad 3. Hof heeft in zijn bewijsvoering vastgesteld dat bedrag van € 2,51 van bankrekening van B is overgeschreven naar bankrekening die aangeefster B niet bekend was. Hieruit heeft hof kennelijk afgeleid dat bank op bewezenverklaarde manier is bewogen tot afgifte van geldbedrag van € 2,51. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping. CAG: anders. Samenhang met 22/03872 en 22/03889.
Advocaten
- A.E. Harteveld
- B. Kizilocak
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
