ECLI:NL:HR:2025:283
Hoge Raad · 18-02-2025 · zaaknummer 23/03183
Inhoudsindicatie
Opzettelijk voorhanden hebben van limonades en vruchtensappen uit Luxemburg waarover geen aangifte verbruiksbelasting is gedaan door eigenaar van groothandel in dranken, art. 39.1.b Wet op verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken. Beginpunt van redelijke termijn in eerste aanleg. Kon hof gelet op verweer van raadsman oordelen dat niet datum van verhoor van verdachte door douane maar betekening van dagvaarding in e.a. heeft te gelden als beginpunt van redelijke termijn? Hof heeft geoordeeld dat, anders dan namens verdachte is aangevoerd, redelijke termijn in e.a. niet is aangevangen op moment dat verdachte werd gehoord door douane. Nu hof niet heeft gemotiveerd waarom dat moment niet kan worden aangemerkt als moment waarop verdachte in redelijkheid de verwachting kon ontlenen dat tegen hem t.z.v. bepaald strafbaar feit door OM een strafvervolging zou worden ingesteld, is dat oordeel niet zonder meer begrijpelijk. HR doet de zaak zelf af en vermindert aan verdachte opgelegde geldboete van € 1.500 met € 150.
Rechters
Advocaten
- E.E.W.J. Maessen
- V.M.A. Sinnige
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
