ECLI:NL:HR:2025:27
Hoge Raad · 07-01-2025 · zaaknummer 22/03123
Inhoudsindicatie
Rijden terwijl verdachte wist of redelijkerwijs moest weten dat rijbewijs ongeldig was verklaard, art. 9.2 WVW 1994. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklacht. Kan uit omstandigheid dat politieambtenaar aan verdachte heeft medegedeeld dat zijn rijbewijs ongeldig is verklaard, worden afgeleid dat verdachte “wist of redelijkerwijs moest weten” dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2019:1146 m.b.t. vereisten om tot bewezenverklaring van een op art. 9.2 WVW 1994 toegesneden tll. te kunnen komen. ’s Hofs oordeel dat verdachte op 3-5-2021 “wist of redelijkerwijs moest weten” dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard, geeft niet blijk van onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd, in aanmerking genomen dat hof heeft vastgesteld dat aan verdachte op 20-1-2021 in persoon door politieambtenaar is medegedeeld dat zijn rijbewijs ongeldig is verklaard. Volgt verwerping.
Advocaten
- D.W.H.M. Wolters
- T.N.B.M. Spronken
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
