ECLI:NL:HR:2025:269
Hoge Raad · 18-02-2025 · zaaknummer 22/03343
Inhoudsindicatie
Belediging van ambtenaar door hoofdconductrice van trein in haar gezicht te spugen (art. 266.1 en art. 267.1.2 Sr). OM niet-ontvankelijk verklaard in eerste aanleg. Klachtvereiste a.b.i. art. 269.1 Sr en bewijsklachten “ambtenaar”. Bewijsminimum, art. 342.2 Sv (unus testis). Vindt verklaring van aangeefster voldoende steun in ander bewijsmateriaal? HR: Om redenen vermeld in CAG leiden middelen niet tot cassatie. CAG: Uit ’s hofs bewijsvoering volgt dat aangeefster t.t.v. incident werkzaam was in functie van “hoofdconducteur(trice)” en dat zij in die hoedanigheid en tijdens haar werkzaamheden in trein de verdachte tot de orde heeft geroepen. Uit hoofde van die functie was zij ex art. 2 Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar NS Groep N.V. 2017 tevens buitengewoon opsporingsambtenaar en daarmee ambtenaar. Nu aangeefster werkzaam was als ambtenaar a.b.i. art. 267.1.2 Sr geldt hier ex art. 269.2 Sr geen klachtvereiste. Van schending van art. 342.2 Sv (unus testis nullus testis) en denaturering van verklaring van verdachte door hof, is geen sprake. Volgt verwerping.
Advocaten
- E.J. Hofstee
- M. van Viegen
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
