ECLI:NL:HR:2025:24
Hoge Raad · 07-01-2025 · zaaknummer 22/04207
Inhoudsindicatie
Poging tot dwang door enige feitelijkheid door eigenaar van huurwoning en eigenaren van makelaar- en vastgoedbeheerkantoor van huurwoning wederrechtelijk te dwingen tot het maken van excuses en/of betaling van enig geldbedrag (art. 284.1.1 Sr) en bedreiging met brandstichting van museum (art. 285.1 Sr). Vrijspraak in eerste aanleg. 1. Bewijsklachten poging tot dwang m.b.t. “door enige feitelijkheid wederrechtelijk dwingen”. 2. Bewijsklacht bedreiging. Is museum een (rechts)persoon tegen wie bedreiging met brandstichting a.b.i. art. 285.1 Sr kan zijn gericht? Ad 1. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Oordeel hof dat verdachte door ophangen van pamfletten en e-mail heeft geprobeerd in bewezenverklaring genoemde personen te dwingen tot maken van excuses en/of betaling van geldbedrag, geeft niet blijk van onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd. V.zv. middel beoogt te klagen dat hof niet naar eis der wet met redenen omkleed zou zijn afgeweken van uitdrukkelijk onderbouwd standpunt, treft het geen doel. Ad 2. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2005:AT3659 m.b.t. vereisten voor veroordeling t.z.v. bedreiging met brandstichting. Opvatting dat van bedreiging met brandstichting alleen dan sprake kan zijn als uit bewezenverklaring volgt dat bedreiging was gericht tegen óf natuurlijk persoon óf rechtspersoon, is te beperkt en daarom onjuist. Van zo’n bedreiging kan ook sprake zijn als bedreiging is gericht tegen een met voldoende mate van concretisering omschreven organisatie of instelling. Daarbij is van belang of bij die organisatie of instelling (waaronder ook daarbij betrokken natuurlijke personen) in redelijkheid vrees kon ontstaan dat verdachte tot brandstichting zou overgaan. Hof heeft vastgesteld dat verdachte 2 e-mails heeft verzonden naar gemeente, waarvan 1 e-mail gericht aan burgemeester. In die e-mail heeft verdachte geschreven dat hij tot dinsdag 13.00 uur zal afwachten, daarna met 2 busjes benzine naar museum zal gaan, daar naar binnen zal dringen en daarna alle kunst in brand zal steken. Politie heeft hoofdbeveiliger van museum hiervan op de hoogte gesteld. Deze bedreiging werd, zo houdt verklaring van hoofdbeveiliger in, door museum zeer serieus genomen en deed bij dat museum de vrees ontstaan dat verdachte daadwerkelijk naar museum zou komen om bedreiging uit te voeren. ‘s Hofs op deze vaststellingen gebaseerde oordeel dat verdachte het museum heeft bedreigd met brandstichting, getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping. CAG: anders t.a.v. bedreiging met brandstichting.
Advocaten
- D.J.C. Aben
- M. Broere
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
