ECLI:NL:HR:2025:231
Hoge Raad · 18-02-2025 · zaaknummer 23/04523
Inhoudsindicatie
OM-cassatie. Veroordeling t.z.v. gewoonte maken van anderen, die zich wederrechtelijk verblijf in Nederland hebben verschaft, arbeid doen verrichten als chauffeur in transportbedrijf, terwijl hij ernstige redenen heeft te vermoeden dat verblijf wederrechtelijk is (art. 197b Sr) en ontslag van alle rechtsvervolging t.z.v. gewoonte maken van medeplegen uit winstbejag personen behulpzaam zijn bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland door hen als chauffeur arbeid te laten verrichten in transportbedrijf, terwijl hij wist of ernstige redenen had te vermoeden dat verblijf wederrechtelijk was (art. 197a.2 en 197a.4 Sr). Verhoudt art. 197b Sr zich tot art. 197a.2 Sr als bijzondere strafbepaling tot algemene strafbepaling a.b.i. art. 55.2 Sr? Hof heeft verdachte ontslagen van alle rechtsvervolging t.z.v. art. 197a Sr, omdat sprake is van geval waarin art. 197b Sr “geprivilegieerde systematische specialis” vormt van art. 197a Sr. In zijn prejudiciële beslissing HR:2025:228 heeft HR geoordeeld dat art. 197b Sr t.o.v. art. 197a.2 Sr niet kan worden beschouwd als bijzondere strafbepaling a.b.i. art. 55.2 Sr. ’s Hofs oordeel dat art. 197b Sr t.o.v. art. 197a.2 Sr wel bijzondere strafbepaling a.b.i. art. 55.2 Sr vormt, is dus onjuist. Volgt (partiële) vernietiging en terugwijzing. CAG: anders.
Advocaten
- E.J. Hofstee
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
