ECLI:NL:HR:2025:229
Hoge Raad · 18-02-2025 · zaaknummer 23/01760
Inhoudsindicatie
Gewoonte maken van medeplegen uit winstbejag personen behulpzaam zijn bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland door deze personen als chauffeur arbeid te laten verrichten in transportbedrijf, terwijl hij wist of ernstige redenen had te vermoeden dat verblijf wederrechtelijk was, art. 197a.2 en 197a.4 Sr. Verhoudt art. 197b Sr zich tot art. 197a.2 Sr als bijzondere strafbepaling tot algemene strafbepaling a.b.i. art. 55.2 Sr? In zijn prejudiciële HR:2025:228 heeft HR geoordeeld dat art. 197b Sr t.o.v. art. 197a.2 Sr niet kan worden beschouwd als bijzondere strafbepaling a.b.i. art. 55.2 Sr. ’s Hofs oordeel dat art. 55.2 Sr niet aan toepassing van art. 197a.2 Sr in de weg staat, is dus juist. Volgt verwerping. CAG: anders. Samenhang met 23/01762.
Advocaten
- E.J. Hofstee
- J. Boksem
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
